Beertje

Ik heb thuis een ziek Beertje. Zielig??? nou, niet echt. De lieve Beer heeft gisteren goed te eten gehad. Heeft in de kooi gezeten, heeft buiten gelopen, allemaal goed en lief dus. Toen moest ik even weg. Daarna heeft hij weer buiten gelopen en verder lag hij op de bank, languit.
Hij kwam ‘s nachts al gauw op mijn bed liggen en lag weer heerlijk languit. Vanmorgen om half 7 hoor ik hem beneden braakgeluiden maken. Ik denk: Wat raar, meestal doet hij dat in de kooi, als hij gras heeft gegeten. Ik liep naar beneden en zag op de mat bergen uitgebraakt eten liggen. ik maakte me zorgen, dat kon toch niet, zoveel eten had hij nooit gehad van mij.
Ik schepte het met bergen tissues op. Het rook verdacht veel naar gerookte vis. En opeens wist ik het. De resten van de kakelverse makreel. Makreel, die hij nooit eet. Ditmaal zo vers uit de rokerij, heeft hij duidelijk anders gedacht. Bij zijn voerbakje zag ik nog een stuk vel liggen.
Dat was alles wat er restte van de makreel. De rest zat in de maag. En dat kom Beertje allemaal niet verwerken. Daarom heb ik nu een suffig, ziekig Beertje. Hij moet bijkomen van zijn ongeëvenaarde gulzigheid. Ik hoop, dat hij vanmiddag weer levendig is. Arme lieve Beer.
Francis

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *